verhalen

6 November is de dag


Er was eens … 

een spannend begin van de eerste week van november. 

Omdat ik na een oogoperatie rustig aan moet doen, lig ik even voor achten, nog heerlijk op een oor. (Ik kan het ook een schoonheidsslaapje noemen, dat heeft echter wreed meer tijd nodig!) Mijn man komt thuis na een nachtdienst. Hij parkeert zijn auto en hoort wat vreemd kabaal. Er rijdt een grote vrachtwagen de hoek om en een van onze overburen rent er schreeuwend achteraan. De chauffeur heeft het in de gaten, stopt en stapt uit. Ze komen samen teruggelopen. Overbuurman vraagt aan Ron of “dat” zijn auto is. Niet dus,: “Die is van mijn vrouw”. 

Wat blijkt? Ofwel de chauffeur van die gigantische vrachtwagen is jaloers op mijn mooie, kleine, Hyundai i10. Die ook nog in de prachtige Calimero kleur zwart is uitgevoerd. Of zijn truck is niet geschikt voor woonwijken, met niet zo heel brede straten. Laten we het maar op het laatste houden. Voor een vleugje extra sensatie, blijkt het om een Bulgaarse vrachtwagen te gaan. De chauffeur komt uit Macedonië en hij spreekt gelukkig een aardig woordje Duits. “Entschuldigung”, spreekt hij prachtig uit, hoor ik later. Ik slaap immers nog. 

Een detail dat zeker vermeld mag worden, is dat mijn auto “anders nooit” in de bewuste parkeerhaven staat. Een bizarre samenloop van omstandigheden! Dan volgt, wederom van horen zeggen, de zoekactie naar schadeformulier en verzekeringspapieren. Man vermoeid na de nachtdienst, chauffeur niet op zijn gemak … niet een speurders dreamteam. Tijd om mij wakker te maken. Ik krijg met moeite een oog open als ik Ron hoor zeggen: “Wakker worden, je auto zit in elkaar!” Dat lijkt meer op een vervelende droom. Deze droom is geen bedrog. Het is niet eens een droom. Het inmiddels opgeduikelde schadeformulier is ingevuld en getekend. Ron legt uit hoe meneer wel op het industrie terrein komt. Navigatie systemen zijn fijn, als ze bijgewerkt worden, wat hier duidelijk niet gebeurd is! 

Ik bel verzekeringsagent en autoschadebedrijf. Bij het laatste kunnen we meteen terecht. Ron stelt zijn dagrust nog even uit en rijdt ons erheen. Auto mag er blijven en we worden thuisgebracht. Met enige uren vertraging, kan Ron naar bed. 

Ik wil de reddende, rennende overbuurman bedanken en ga er met een boeketje heen. Dan sla ik een flater! Sta bij de verkeerde buur op de stoep! Ik koop nog een bos en bezorg die gelukkig goed.