verhalen

Blauwe pillen

Ik voel de blikken prikken in mijn rug. Ik kijk niet achterom, want dan verraad ik mezelf. Met een onverwachtse beweging schiet ik een winkel in. De winkelende dames kijken verstoord op, om vervolgens met een hooghartige blik net te doen of ik niet bestaat. Ik ren door naar het midden van de winkel om vanachter een kledingrek met dameslingerie tussen de etalagepoppen door naar buiten te kijken. Als een standbeeld zo stil sta ik daar om niet de aandacht te trekken, alleen mijn ogen hebben een wilde blik. Ik ben kletsnat en op de grond ontstaat een plasje regenwater.
‘Kan ik u misschien helpen,’ vraagt de winkeljuffrouw, terwijl ze mij achterdochtig door een paar enorme brillenglazen opneemt en zuchtend naar het plasje regenwater kijkt. ‘Zoekt u misschien een aardigheidje voor uw vriendin?’ Verward en verstoord kijk ik haar woest aan. De juffrouw doet verschrikt een stap achteruit, piept nog iets van: ‘U kijkt zeker liever zelf even,’ en verdwijnt weer achter de toonbank. Dan zie ik hem, in een portiek aan de overkant, half verscholen in de schaduw, maar overduidelijk speurend richting deze winkel.‘Hij kan me niet zien,’ fluister ik hoopvol en ben me ineens bewust van de beha die ik met beide handen krampachtig vasthoudt. Verontschuldigend kijk ik even achterom naar de winkeljuffrouw. Dan is de man weg, de portiek is leeg. Ik duik naar de grond en houd ondertussen de winkeldeur scherp in de gaten. Kruipend verplaatst ik me naar de positiekleding. De winkeljuffrouw rekt haar nek, fronst de dunne wenkbrauwen en pakt vastberaden de telefoon. Nu moet het maar gebeuren. Mag de manager ook eens uit zijn hok komen.
Dan verlaat ik de winkel zoals ik ben gekomen, met een scherpe bocht weg racend, de straat uit. Na een kwartier hollen, half bukkend, dicht langs de gevels, kom ik nat en hijgend tot stilstand bij mijn huis. Ik heb hem afgeschud. De adem schuurt door mijn keel. Eenmaal binnen plof ik op de bank. Hier kan me niets gebeuren. Dan hoort ik gekrabbel aan de deur? Ik slaak een kreet en spring overeind.De deur vliegt open en iemand rolt hals over kop naar binnen, de deur in een flits achter zich dicht trappend.
‘Op het volgende dancefeest slikken we niet meer van die blauwe pillen, oké?’ stamelt mijn vriendin en ze ploft uitgeput naast mij op de bank.