verhalen

Fok de mensen

‘Ik ben een week over tijd.’ hoor ik de mij vreemde vrouw zeggen als ze wordt aangesproken door de man in de witte jas. Hij staat met zijn tablet voor zich aantekeningen te maken en knikt bevestigend. Niemand van ons weet wat hij of zijn collega’s opschrijven. Er zijn pogingen gedaan erachter te komen, maar die strandden altijd. Waarschijnlijk heeft het ook geen zin. We hebben het goed, krijgen eten, een dak boven ons hoofd en we zijn onder de mensen.
Tijdens de dagelijkse bewegingslessen is het koel in de zaal. Ik probeer tijdens de oefeningen door de raampjes naar buiten te kijken. Het is buiten zonnig, warm, maar niet té. Wij staan hier onze plicht te doen. Het hoort er allemaal bij. Ik ken de verhalen over vroeger, ze worden naar het schijnt al generaties doorverteld. Wat er van waar is? Wie weet. Dat het anders was, dat is zeker.
Mijn kamergenote en ik filosoferen graag over het leven, wat er meer zou kunnen zijn dan het leven dat wij nu, hier leiden. Er is een mogelijkheid dat wij hier met een reden zijn, dat er een groter plan is. Heel misschien zijn er zelfs meer mensen, die ver weg een heel eigen leefgroep hebben. Een plek zoals deze, maar dan zelfstandig, geen mensen in witte jassen, geen dagelijks vragenrondje en het beste van alles zou zijn als zij geen gedwongen spermamonsters hoeven af te geven. Dat ze kunnen kiezen voor kinderen, niet alleen of, maar ook met wie. Een vrijer bestaan, met een eigen dagprogramma. We lachen: ‘wij zijn maf!’ Carolien gooit zich achterover op bed, ze valt met haar hoofd precies in het midden van haar kussen.
Ik heb bewondering voor haar, zij is de enige die hier weleens stennis durft te schoppen. Zij tart het gezag van de mensen die ons als nummer behandelen. Zij voelt dat er iets mis is. Niet iedereen zet zulke vraagtekens bij het bestaan. Dat ondanks dat iedereen weet dat hoe wij leven niet juist kan zijn. Wij leven volgens een door anderen opgelegd schema; eten wanneer zij willen, bewegen wanneer zij willen, feesten wanneer zij willen, slapen wanneer zij willen en als klap op de vuurpijl planten wij ons voort wanneer, hoe en met wie zij willen. Alles ligt vast, we worden behandeld als beesten die met uitsterven worden bedreigd.