verhalen

Het leven is als een gedachte

Hoofdstuk 5 Onbeschreven bladen, aflevering 1 

1696, het is Lichtmis geweest en de “Spienstertijd” begint. Femmigje Claes Vos is met haar moeder druk bezig om het woonvertrek van hun boerderij aan de Kolderveense Dijk klaar voor het “gespin”. Haar jongere nichtje Hendrikje Everts Beens uit Nieveen, die voor de eerste keer naar een gespin mag, helpt ook mee. Straks, als het donker wordt dan worden de meisjes door één van de ouders met paard en een met lichtjes versierde wagen van hun huis opgehaald. De lichtjes zijn uitgeholde koolrapen met een kaarsje erin. De meisjes hebben er zin in en zingen luidruchtig. Allemaal hebben zij hun eigen spinnenwiel bij zich en verlangen naar het vertier dat hun vanavond met spinnen, gezelligheid en … jongens te wachten staat.
Op de grote ronde klaptafel in de kamer staan een ketel met thee, kommen, een grote broodplank met daarop een gesneden krentenstoete en een schaal met de tweibakken, een groot soort beschuiten klaar. Naast het vuur onder de schouw wordt op de hoek van de hete haardplaat een ijzeren kookpot warm gehouden die tot aan de rand gevuld is met “Der Boerenambrozijn”, een stevige rijstebrij met kandijsuiker en kaneel die symbool staat voor levensvreugde en volgens traditie ook bij een Drentse boerenbruiloft op tafel komt.
In een boerenhuishouden is veel garen nodig en elke boerderij heeft een eigen “lienstukkie” waarop vlas wordt verbouwd. Als het vlas geoogst wordt dan worden de zaadbolletjes er met een repel uitgehaald en wordt daar de lijnolie uitgeperst. In de herfst volgt het roten, dan worden de bossen vlas een dag of tien in het water van een sloot of een poel geweekt tot de houterige stengels verrot zijn. Hierna wordt het gedroogd om het in de winter, als er niet veel ander werk te doen is, verder te bewerken. Dan gaat de beuk erin om de houtrestjes van de stengels eruit te slaan en wordt het vlas gebraakt, daarna worden de draden gekamd en tot poppen gebonden. Een raadsel zegt:

Toen ik jong was en schoon,
Droeg ik een blauwe kroon;
Toen ik was oud en stijf,
Sloegen ze me op het lijf;
Toen ik was genoeg geslagen,
Werd ik door jong en oud gedragen.  

In een buurtschap zoals Kolderveen spinnen de vrouwen gezamenlijk. Steeds organiseert één vrouw een gespin en wordt het vlas van díe boerderij gesponnen. Het is traditie dat hiervan ook een deel apart wordt gehouden voor de armen.