verhalen

Het leven is als een gedachte (Deel II-25)


Op een warme nazomeravond werkt dominee Meurs aan zijn preek voor zondag. Zijn jongste kind slaapt al en door het open raam hoort hij de twee oudsten in de tuin een balspel spelen. Even later hoort hij hen Johannes Algers uitbundig begroeten, de schoolmeester die als huisvriend ’s avonds wel vaker komt aanlopen.
De dominee schuift wat heen en weer met zijn blad met aantekeningen. Terwijl hij naar zijn kinderen luistert, ziet hij het beeld van zijn gestorven vrouw voor zich. Hillechien, ze leed als jong meisje al aan astma, een ziekte al bekend in de Griekse oudheid, waarover de Spaanse dokter Moses Maimonides,  lang geleden een boek schreef. Astma, een kwaal waarvoor het eten van kippensoep en een droog klimaat goed zou zijn …
Ja, straks vertelt hij het eerst aan zijn vriend de schoolmeester en zondag aan de kerkenraad. Werken wordt vanavond niets, hij schroeft de inktpot dicht en gaat ook naar de tuin.
Buiten rent de vierjarige Abraham op hem toe en vraagt hem om mee te spelen. ‘Natuurlijk speel ik met jullie mee, maar als dit spelletje uit is dan gaan mijn twee grote jongens wel meteen naar bed, afgesproken?’ Hij pakt een kolfstok van het rek en Jacob van vijf slaat de bal al naar hem toe.
Na het spelen gaan ze rond de tafel zitten, de mannen drinken bier en Adriana en de kinderen limonade. Als de jongens hun glas leeg hebben zegt vader Meurs: ‘En mannen, wat hadden wij afgesproken?’ ‘We moeten naar bed’, klinkt het gelaten. Adriana staat op en neemt de kinderen mee naar binnen.
Stil is het in de pastorietuin. Een avondbriesje laat het blad van de oude beuken zachtjes ritselen en zwaluwen scheren door de lucht op jacht naar vliegende insecten. De dominee verschuift zijn stoel wat en zegt: ‘Johannes, ik wil je iets vertellen’ …
‘Adriana en ik zijn het eens geworden, we gaan trouwen.’ De schoolmeester kijkt verrast op en zegt: ‘Wat fijn voor u en wat mooi voor de kinderen dat Adriana blijft.’ Johannes staat op en wenst de dominee en ook Adriana die de tuin weer inkomt, veel geluk en voorspoed.
Op 17 oktober 1678 wordt in de kerk op Kolderveen het huwelijk aangekondigd van: 

Johannes Meurs Dienaar des Godlijcken woorts op Colderveen,
weduwnaar van Hillechien van der Veen
en
Adriana Voskuijls, weduwe van Gerrijt Nestis