verhalen

Het leven is als een gedachte (Deel II-7)


In het voorjaar van 1675 houdt Beerte Andries haar zoontje Golmer Ailerts ten doop. Als het lied van zegen wordt gezongen en de dominee zijn handen boven het hoofd van Beerte met haar kindje uitstrekt, knikt hij haar bemoedigend toe.
De kerk is vol. Ailert Jansz en zijn vrouw zijn er ook. Hendrik zit aan de mannenkant en Jantien in één van de banken aan de vrouwenkant. Hun blikken kruisen elkaar, hun ogen stralen tederheid, hoop en verlangen uit.
Over de doop van dit kleine jongetje schrijft dominee Meurs in het doopboek:
Zondag 21 April
Beerte Andries op Dingsterveen haar kind gedoopt en genaamd Golmer Ailerts; maar alzo het buiten den huwelijksen staat geteelt is, zo heeft zij het als moeder zelve gepresenteert, na dat zij te vooren openbare bekentenisse van de gruwelijke zonde gedaan en beterschap haars levens voor de ganse gemeente dat op belooft had. 

Eind juli krijgen Claes Jans Vos en Trijntien een dochtertje, ze noemen het meisje Femmigje. Nu Trijntien niet naar de molen kan gaan, bieden Jantien en Goofje van de schoenmaker beurtelings hun hulp aan. Het gaat steeds slechter met Berent en ook de mannen Pieter, Claes en Hendrik gaan regelmatig ’s avonds even bij Berent langs.
Op een nazomerdag is Jantien op de molen. Annigje vertelt Jantien dat ze in het begin van het nieuwe jaar weer een kind zal krijgen. Ze kijkt Jantien lang aan en vraagt voorzichtig: “Ehh, hoe is het met jou, wil ’t niet lukken?” Jantien zucht, tranen prikken in haar ogen en ze schud met haar hoofd. Annigje staat op en slaat haar armen om haar heen…
Als het herfst wordt gaat Berent zienderogen achteruit, hij voelt zich met de dag zwakker en krijgt last van benauwdheid. Het lijkt wel of zijn dochter Pietertje, een druk en bewegelijk meisje van ruim een jaar oud, aanvoelt dat er met haar vader iets gaat gebeuren. Ze ligt vaak heel lang en rustig bij hem op bed en soms valt ze dicht tegen hem aan in slaap.
Elke nacht komt er één van de buurmannen bij Berent waken. Overdag wisselen de vrouwen elkaar af zodat Annigje bij Berent kan blijven.
Het gaat snel, bij Berent wisselen meer en mindere heldere momenten elkaar af. Na een helder moment glijdt hij met zijn ene hand op Annigjes buik en met zijn andere om het lijfje van Pietertje uit het leven weg.