verhalen

Het leven is als een gedachte (Deel II Hfdst.4-4)


Hoe hij zich toen voelde, opstandig, boos en eenzaam. Waarom overkomt hém dit, waarom Marchien, waarom … Langzaamaan heeft zijn verdriet met alle vragen eromheen plaatsgemaakt voor aanvaarding en berusting en kon hij zijn blik weer op de toekomst gaan richten.
Zo voor het oog lijkt zijn huwelijk met Grietje veel op dat van andere weduwnaars, trouwen met je huishoudster omdat je elkaar kent en weet wat je aan elkaar hebt. Maar toch, bij hen is dit wederzijdse vertrouwen uitgegroeid tot genegenheid en liefde. Grietje, ze is zorgzaam voor Arent en zet Marchiens huishouden bijna naadloos voort.
Grootmoeder Ziel was blij was met hun huwelijk. Oud en moe kon ze haar hoofd neerleggen in het vertrouwen dat de kinderen van haar gestorven dochter goed verzorgd achterbleven, Arent bij hem en Hendrik in Kolderveen.
Bijna dertien is Arent alweer, voor de zeevaart voelt hij niets, hij wil de handel in. Als klein kind vond hij het al prachtig in “De Gevulde Ton”, de winkel van zijn grootouders. Nu hij te oud is voor de dorpsschool, woont hij bij hen en leert daar om een goed koopman te worden. Arent heeft wel wat van oom Claes, aan de ene kant rap van de tongriem gesneden maar aan de andere kant is spreken voor hem zilver en zwijgen goud, ja, die jongen komt er wel. Hendrik heeft echt boerenbloed, hij is acht en weet al heel goed hoe het er op de boerderij en in het veen aan toe gaat.
Jacob mijmert verder; toen hij vijf jaar geleden, met Grietje trouwde, speelde de gedachte wel eens door zijn hoofd om Hendrik naar Zwartsluis te halen. De beide jongens zouden dan samen in zijn eigen gezin opgroeien, maar ...
Marchiens wens op haar sterfbed dat Jantien voor het jongetje zou zorgen? Wat zou het voor het kind, hij was toen drie, betekenen als hij hem uit zijn vertrouwde omgeving weg zou halen? En, wat zou hij Jantien hiermee aandoen? Arent heeft herinneringen aan zijn moeder en heeft een band met Grietje, eerst als de hulp van zijn moeder, later als zijn verzorgster en stiefmoeder. Voor Hendrik was zij toen nog min of meer een vreemde. Het nadenken over al deze vragen deed de gedachte om Hendrik bij zich te willen hebben dan onmiddellijk weer vervagen.
De noordwester trekt aan en Jacob krijgt er steeds meer moeite mee om het schip op koers te houden ...