verhalen

Hospice op maandag

De maandag is voorbij en de maandagavond is begonnen. De boeken zijn dicht en het netbook is net open. Het netbook weegt ongeveer 1,5 kilogram en ík weeg net iets meer en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik doe dat niet maar kán het wel. 

De maandagavond is begonnen en ik ben in het park van een landgoed. Ik schrijf mijn stukje in de schaduw van een hospice. Ik zie enkele mensen die in het hospice op bezoek gaan en ik denk even na. Niet te lang. Ik denk even en ik denk: 'ik zal maar in een hospice wonen, wat dan. Zou ik dan ook aan het begin van de maandagavond het netbook net open hebben of zou alles net iets anders zijn?' Ik denk ook dat misschien 'wel geen' aanhalingstekens in de vorige zin, die in een vraag is uitgemond, thuishoren en misschien staat zelfs de kommaar wel verkeerd. 

Het kan allemaal wel zo zijn, net als vandaag alles anders leek te gaan dan ik min of meer verwachtte en weer stel ik de vraag over wonen in een hospice en of alles dan net iets anders is dan wel dat álles anders is ...?