verhalen

Jongensverhalen (1)

Laten we dan een daad plegen
Jij en ik vriend,
Nee, spreek niet tegen, laat
Ons gaan door groezelige stegen
En opwindende wereldsteden
Waar zonden in stenen
Staan geschreven: laten we gaan ! 

Het felle licht doodt
Onze schaamte niet waar
Jouw schuchtere lach de spot
Ontlokt van onbevangen meisjes.
Geloof me: we hebben dat niet gezien
Vriend als de angst roerloos
In ons blijft staan: laten we gaan ! 

En we drijven zingend onder
Bruggen door, bedelaars beleefd
Groetend, dag meneer, hoed af vriend
We zeilen naar Robinson’s eiland
Een gunstige passaatwind neemt ons mee.
Weet je, ik noem je vrijdag
Ons spel is dan compleet.