verhalen

Longyearbyen

Ik probeer nog zoveel mogelijk te lezen, alsof ik nog iets goed te maken heb. Laatst las ik dat, van alle trekvogels, de Noordse stern de langste afstanden aflegt. Het vogeltje vliegt jaarlijks een kleine 70,000 kilometer. Eerst naar het noorden om te broeden, daarna terug naar het uiterste zuiden om te overwinteren. Van alle wezens op Aarde, ziet de Noordse stern het meeste zonlicht. Ik vroeg me af of de vogels, net zoals ik, op de vlucht zijn voor de duisternis. Op goede dagen probeer ik me de eeuwige duisternis wel eens voor te stellen. Ik sluit dan zo lang mogelijk mijn ogen, en probeer aan niets meer te denken. Zelden duurt een poging langer dan een paar minuten.  

Laatst las ik dat het in Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen, van november tot eind februari donker is, dat het de zon dan niet lukt, om de horizon te halen. Ik vraag me af of de mensen in Longyearbyen beter voorbereid zijn op de eeuwigdurende duisternis dan ik. Een van de inwoners van Longyearbyen beweerde, dat er in de donkere maanden vaker feesten georganiseerd worden, dat er meer muziek gemaakt wordt en dat ze meer tijd voor elkaar maken. Sommige inwoners van Longyearbyen beweren dat het nooit Gods bedoeling geweest is, dat er ooit mensen op Spitsbergen zouden gaan wonen. 

Vandaag is een slechte dag. Terwijl ik de zon langzaam zie opkomen, besef ik, dat dit zomaar eens een van de laatste zonsopgangen zou kunnen zijn die ik ooit zal zien. Niet lang meer, en ik zal me geen voorstelling van een eeuwige duisternis meer kunnen maken. Ik herinner me, dat er in die donkere maanden in Longyearben immense tornado's van licht aan de hemel waaien. Alsof ze troost willen brengen. En zelfs als dat niet voldoende is, kan men troost vinden in de wetenschap dat er aan het einde van die lange, donkere maanden, altijd een moment komt, waarop een eerste zonnestraal voorzichtig over de donkergrijze rand van de horizon tuurt. Alsof ze nooit is weg geweest.  

Vannacht stelde ik me voor dat ik een Noordse stern was, op de vlucht voor het donker. Hoe snel en hoe ver ik ook vloog, de duisternis kwam steeds dichterbij. Toen ik wakker schrok, duurde het lang voordat ik het lichtknopje vond.