verhalen

Lot op vlucht

Het is donker, ik zie niks. Ik hoor de stemmen, en hoor ze dichterbij komen, rillend blijf ik zitten waar ik gevallen ben. Met moeite leg ik mijn been dubbel het gutst eruit warm klefferig maar...warm. Mijn handen blijven mijn onderbeen op zn plek houden, ik kan het niet laten en kijk maar mijn been, wat ik zie is een akelig vies goor zooitje rood, veel rood. Mijn handen blijven warm..
ik ben gevlucht. Rennend het beboste deel vd stad in het parkje waar ik zit , de vijver op afstandje armlengte ik zie de volgende ochtend al voor me  en houd me been harder vast.
Ik zie in dat dit niet slim was, ik had moeten blijven ik had mer jameneer en Amen de nacht door kunnen komen. 
Een mannen stem hoor ik vlak bij mijn hoofd, ik blijf rillend zitten en bevend wens ik dat ik niet gezien word man man niet normaal meer deze kou.. stronend blijft  het roderige goedje mijn been uistromen, een scherpe tak  die ik met al mijn macht wil pakken met al mijn krocht blijkt  geen tak te zijn , het is mijn bot ik schreeuw het uit waarop bijna direct