verhalen

Nachtegaal deel 5

Het was een eenvoudige bezwering, hield ze zichzelf voor. Het tijdelijk opheffen van de zwaartekracht was appeltje-eitje, kinderspel vergeleken met het vergrijp waarvoor ze hier zat. Moeilijk te traceren ook, en aangezien ze al die tijd geen magische controle had gehad… Zou ze het erop wagen? Khendra tastte de vloer af met haar gedachten. Een kleine afzet zou al genoeg zijn, een minimum aan magische ruis. Misschien, als ze op een been ging staan, dan was de opheffing zo lokaal dat hij nagenoeg onzichtbaar was. Als ze daarna met het hooi de plaats zou nawrijven en bedekken, dan was de kans om ontdekt te worden bijna nihil. Vlug weefde Khendra de bezwering die ze nodig had en hield hem zorgvuldig verborgen tot de eerste klanken van de nachtegaal haar hart weer vulden met warmte. Ze vond haar balans op een voet, liet de spreuk ontsnappen en zette zich lichtvoetig af. In een mum van tijd zweefde ze op de hoogte van het raam, enkele meters van de vloer. De frisse nachtlucht mengde zich met het lied van de nachtegaal. Het was een donkere nacht, maar de halve maan wist toch een zilveren licht over het landschap te laten vallen. Khendra’s ogen, gewend aan de duisternis, zagen al snel de contouren van bomen verschijnen, huizen in de verte, de diepte waar de gracht moest zitten. Vlak naast het raam stond een boom, Khendra probeerde te ontdekken waar de nachtegaal precies zat. Maar zo lang het lied duurde, zag ze hem niet. Pas toen het lied klaar was, zich opnieuw een beetje dieper had vastgezet in haar geest en Khendra op het punt stond terug te keren naar de aarde, zag ze hem. Hij vloog weg, naar de zilver verlichte horizon. Khendra keek hem na, bittere tranen welden op in haar ogen. Het dier vloog zijn vrijheid tegemoet terwijl zij bleef zitten waar ze was, ingesloten door hoge muren en stank. Khendra wist op dat moment zeker dat ze de buitenwereld nooit meer zou zien. In het duister van de nacht voelde ze zich eenzaam, en voor het eerst in lange tijd huilde ze zichzelf in slaap.