verhalen

Ongemakkelijk

 

Rond mijn pubertijd tijdens een vakantie in de Friese plaats Hindelopen ontmoette ik een aantal leeftijdgenoten die in Friesland woonden. Wij trokken gezamenlijk met elkaar op. Omdat ik de enige was die hun taal niet sprak, spraken ze uit beleefdheid Nederlands. Wij hadden een leuke tijd in die week en ondernamen van alles. Omdat er een paar graag wilde zeilen nodigde ze mij uit om met hun mee te gaan. De vakantie vloog om.
Voordat wij huiswaarts gingen wisselden wij adressen uit en telefoonnummers. Een paar maanden later bezochten drie van hen mijn etage in Scheveningen. Omdat ik niet ver van het strand afwoonden bleek het strand favoriet te zijn. Laat in de avond vertrokken ze weer naar Workum. Een hele trip met de trein.
‘Kom je gauw bij ons langs?’ vroeg Aukje aan mij.
‘Dat wordt dan volgend voorjaar. In de wintermaanden reis ik niet graag’ antwoorde ik.
De afspraak was gemaakt. Het jaar daarop kwam ik vroeg aan in Workum, waar Aukje en haar vriendinnen Bregje, Afke en Boukje op mij zaten te wachten. Ook waren er enkele jongens die ik toentertijd had ontmoet. Akke, Dolf en Elbert kwamen wat later binnen. Er werd kort gesproken over de vakantie in Hindelopen. Opeens begon Akke te praten in het Fries en de rest volgde. Ze gingen zo in hun gesprek op, dat ze mij gewoonweg vergaten. Waar hadden ze het eigenlijk over? vroeg ik mij af. Ik probeerde mee te luisteren, maar verstond er vrij weinig van. Er werd zo snel gesproken, dat ik er geen touw aan vast kon knopen.
Op een gegeven moment onderbrak ik ze met de mededeling dat ik, door hun gesprekken in het Fries, mij ongemakkelijk voelde, omdat ik daardoor niet aan het gesprek kon deelnemen. Tijdens de vakantie van het vorige jaar spraken jullie namelijk Nederlands, vertelde ik. Akke verontschuldigde zich met ‘sorry’ en zei dat hij in zijn eigen omgeving automatisch Fries sprak. Enkele vrienden beaamden dit.
‘Natuurlijk begrijp ik dat, maar als vriend, die de Friese taal niet spreekt, moet je toch rekening met iemand houden. Ik voel mij momenteel buitengesloten’ zei ik weer. Of ze het nu wel of niet begrepen, de stemming sloeg om. De vrienden van toen veranderden en werden afstandelijker. Ik was een vreemde eend in de bijt.
In de trein op weg naar huis, wist ik intuïtief dat ik deze vrienden nooit meer zou zien.