verhalen

Zelfbeeld

Oei, wat was ik jaloers op mijn nieuwe buurman. Al bij de eerste afspraak had zijn indrukwekkend verhaal mij op het puntje van de stoel gehouden. Terwijl ik niet eens lid ben van een sportclub, of zelfs maar de Waddenvereniging, en weinig over mijn privé kon daarom evenwicht bieden aan zijn vertelling.
Treurschap en blijdnis krulden zijn woorden, en ik twijfelde niet aan zijn oprechtheid. Wat een moed had hij getoond, toen hij zijn familie en geloof de rug toekeerde. Dat het vanwege zijn geaardheid was lag voor de hand; ik kan zo snel geen andere situatie bedenken waar deze combinatie van omstandigheden reden voor een breuk is. Nou ja, vroeger misschien, toen twee geloven niet op één kussen pasten.
Ook ik wilde zulke grootse, echte verhalen vertellen. Helaas, ik ben homo noch gelovig zodat er van de rug toekeren weinig zou komen. Daarbij vind ik mijn familie best leuk, en er moeten ook mensen zijn die luisteren als je iets te vertellen hebt.
Om hem te overtroeven heb ik enkele verhalen over mezelf verzonnen. Goede verhalen, want hoewel nooit gebeurd had ik ze al vele malen verteld, en in al die jaren verfijnd tot geloofwaardige gebeurtenissen. O, ik besef heus wel dat het triest is, maar ik kan niet anders.  

Drie dagen geleden zag ik zijn moeder bij hem aanbellen. Vreemd, dacht ik.
Ik wist dat buurman aan het werk was en liep de galerij op.
‘Eh, mevrouw, hij is er niet. Zit op z’n werk.’
Een gepeperde jeneverlucht, maar vooral de stoppels en adamsappel, deden me realiseren dat dit wellicht niet buurmans moeder was. De spreekstem gaf de doorslag.
‘Ow, jammer. Nou, wil je hem de groetjes van Sonja doen?’
Dolgelukkig keek ik de persoon na; eindelijk had ik mijn verhaal. Of moest ik het hier en daar nog wat aandikken? Dat Sonja naar me geknipoogd had. Ja! En dat ik heel stoer gezegd had dat ik daar niet van gediend was. Of dat ik terug knipoogde en daarna snel naar binnen ben gegaan. Nou ja, hier viel wel iets van te maken.
Terug in huis kon mijn blik de spiegel niet vermijden. Die zat altijd vol barsten wanneer ik naar mezelf keek. Ik blies. Eén voor één, vielen de stukken van hun plek.